
Programma 21 juni 2025
Orgel: ‘Kyrie, Gott Vater in Ewigkeit’, BWV 669
Motet: ‘Das Blut Jesu Christi’, JMB2
Cantate: ‘O, Ewigkeit, du Donnerwort’, BWV 20
Koraal: Slotkoraal catate BWV 146
Orgel: ‘Toccata in F-Dur’, BWV 540
Solisten:
Florieke Beelen; mezzosopraan
Mitch Raemaekers: tenor
Vincent Kusters; Bariton
Orgel; Jamie de Goei
Algehele leiding Jeroen Felix
Das Blut Jesu Christi is een koraalmotet van de hand van Sebastians achteroom en eerste schoonvader Johann Michael Bach (1648 – 1694), geschreven voor vijfstemmig koor (SATTB); als één van de weinige stukken vermeldt de partituur expliciet dat een cornetto (zink) en twee trombones de stemmen colla parte ondersteunen. Na eerst te hebben deelgenomen aan een vijfstemmige verwerking van de bijbeltekst uit de eerste Brief van Johannes (1.Joh 1:7) wordt de sopraan daarvan verder vrijgesteld om als cantus firmus tekst en melodie te zingen van het negende couplet van Joh. Heermanns Wo soll ich fliehen hin (1630), dezelfde melodie als Auf meinen lieben Gott. De tekstkeuze suggereert dat het motet bestemd zou kunnen zijn voor de lijdenstijd.
Als Bach voor 11 juni 1724, de eerste zondag na Trinitatis, zijn cantate 20 schrijft is hij precies één jaar werkzaam als Thomaskantor in Leipzig. Hij heeft volgens plan elke zon- en feestdag een zelf gecomponeerde cantate uitgevoerd, ten dele gebruik makend van eerder in Weimar geschreven cantates.
BWV 20 bestaat uit twee delen, respectievelijk uit te voeren voor en na de preek, bijna dertig minuten muziek voor 11 stukken. De evangelietekst voor deze eerste zondag na Trinitatis (het Drievuldigheidsfeest, een week na Pinksteren waarmee de tweede, feestloze helft van het kerkelijk jaar begint) is Lucas 16: 19-31, het verhaal van de rijke man die op aarde Christus niet herkende in de arme Lazarus maar deze, zuchtend onder eeuwigdurende kwellingen in het dodenrijk, benijdt en om hulp smeekt. Hierbij past het kerklied van Johann Rist (1642) op een melodie van Johann Schop O Ewigkeit, du Donnerwort.