De vijfde cantate is bestemd voor de zondag tussen Nieuwjaar en Driekoningen/Epifanie, een gewone zondag, geen feestdag en daarom de bescheidenste van alle zes de WO-cantates, als een gewone wekelijkse cantate, met de kleinste bezetting: naast strijkers en continuo geen koperblazers of traverso’s, maar slechts twee oboi d’amore. En een eenvoudig vierstemmig geharmoniseerd slotkoraal zonder obligate instrumenten.
Om evidente dramaturgische redenen negeert Bach de voor deze zondag voorgeschreven evangelietekst (Mattheüs 2: 13-23), de vlucht van Jozef en Maria met hun kind naar Egypte, die immers pas plaats vond ná de aanbidding door de wijzen uit het Oosten (die een latere traditie in drie koningen transformeerde). Bach baseert deze cantate op de eerste helft van het Driekoningen-evangelie (Mattheüs 2: 1-6), de reis der wijzen, en behandelt hun aanbidding in de zesde en laatste cantate En zo bepaalt de ster die de wijzen volgden het thema van de cantate: het contrast tussen licht en duisternis.
De cantate bestaat uit twee delen.
Ook weten wij niet wie de vrije teksten voor de delen 2-5 schreef, maar deze lijken wel sterk geïnspireerd door een Erbauliches Gedicht dat Bachs latere librettist Picander in 1725 publiceerde, maar dat zeer wel al eerder in één of andere vorm in Bachs omgeving kan hebben gecirculeerd. De tekst sluit aan bij de voor deze zondag voorgeschreven lezing uit het evangelie van Lucas (14: 1-11), waar wordt verteld hoe Jezus op een sabbat een aan ‘waterzucht’ (oedeem) lijdende man geneest; de cantate borduurt uitsluitend verder op het aansluitende dispuut met Joodse schriftgeleerden of men op de sabbat goede werken mag verrichten, en loopt uit op een lofzang op de zondagsheiliging die dichter bij de joodse orthodoxie lijkt te staan dan bij de vrijzinnige houding van Jezus en zijn discipelen. Dit feestelijke karakter verklaart wellicht de voor een gewone zondag ongebruikelijk royale instrumentale bezetting: trompet en drie hobo’s, naast strijkers en continuo. De cantate heeft, anders dan zoveel andere cantates, een vrijwel wolkenloos zonnig karakter.


