Laden Evenementen

« Alle Evenementen

Ich glaube, lieber Herr, hilf meinem Unglauben (BWV 109)

19 juni 2027 @ 17:00 - 18:00
€12

Op de eenentwintigste zondag na Trinitatis, de zondag waarop Cantate 109 in première ging (17 oktober 1723), leest de kerk uit het vierde hoofdstuk van het evangelie van Johannes de verzen 46-54. Daarin vermaant Jezus een hoveling die Jezus verzoekt bij hem thuis zijn zoon te komen genezen, om niet pas tot geloof te komen wanneer hij zichtbare tekenen of wonderen heeft aanschouwd; op Jezus’ verzekering dat zijn zoon is genezen aanvaardt de man de thuisreis en treft zijn zoon inderdaad gezond weer aan. Om de spanning tussen geloof en ongeloof te thematiseren kiest Bachs onbekende librettist als tekst voor het openingskoor de uitroep van een man in een vergelijkbare situatie uit het evangelie van Marcus (9: 24): Heer, ik geloof, kom mijn ongeloof te hulp. De hele cantate zal, op allerlei niveau’s, van detail tot structuur, het innerlijk conflict in beeld brengen van de hoveling, als representant van de weifelachtige gelovige. Twijfel en ongeloof overheersen in het eerste recitatief/aria-paar voor de tenor, zekerheid en godsvertrouwen in het tweede, voor de alt.

BWV 31 heeft een extreem grote bezetting, waarvoor geen plaats genoeg was op de kleine orgelgalerij in de nok van de Weimarer slotkapel,  de ‘Himmelsburg’; waarschijnlijk vierde de hertogelijke familie het paasfeest met haar stadgenoten in de Stadtkirche St. Peter & Paul.
Bach zelf moet over zijn compositie tevreden zijn geweest: ze werd waarschijnlijk reeds het volgende jaar in Weimar opnieuw uitgevoerd, en vervolgens te Leipzig in 1724, 1731 en wellicht 1735.

Ook weten wij niet wie de vrije teksten voor de delen 2-5 schreef, maar deze lijken wel sterk geïnspireerd door een Erbauliches Gedicht dat Bachs latere librettist Picander in 1725 publiceerde, maar dat zeer wel al eerder in één of andere vorm in Bachs omgeving kan hebben gecirculeerd. De tekst sluit aan bij de voor deze zondag voorgeschreven lezing uit het evangelie van Lucas (14: 1-11), waar wordt verteld hoe Jezus op een sabbat een aan ‘waterzucht’ (oedeem) lijdende man geneest; de cantate borduurt uitsluitend verder op het aansluitende dispuut met Joodse schriftgeleerden of men op de sabbat goede werken mag verrichten, en loopt uit op een lofzang op de zondagsheiliging die dichter bij de joodse orthodoxie lijkt te staan dan bij de vrijzinnige houding van Jezus en zijn discipelen. Dit feestelijke karakter verklaart wellicht de voor een gewone zondag ongebruikelijk royale instrumentale bezetting: trompet en drie hobo’s, naast strijkers en continuo. De cantate heeft, anders dan zoveel andere cantates, een vrijwel wolkenloos zonnig karakter.

Gegevens

Organisator

Locatie

  • Grote Kerk
  • Kerkstraat 20 's Hertogenbosch 5211 KG + Google Maps