Home

 De Stichting

Programma

Uitvoerenden

Vriend van onze stichting

Aanmelden als vriend

Nieuwsbrief aanvragen

Nieuwsbrief

J.S. Bach

International
Vocal Competition

ANBI

Privacyverklaring

Contact

 

16 oktober 2021 - 17.00 uur

Ich elender Mensch, wer wird mich erlösen, BWV 48

Als Bach ruim vier maanden in Leipzig werkzaam is, leidt hij op zondag 3 oktober 1723 ‘s morgens in de Thomaskirche de eerste uitvoering van de cantate die in de 20e eeuw het nummer 48 kreeg. De cantate gaat in op de voor deze negentiende zondag na Trinitatis (dus twintig weken na Pinksteren) voorgeschreven evangelietekst Matteüs 9: 1-8: Jezus geneest een verlamde met de woorden 'Uw zonden zijn u vergeven'. De daarin besloten vooronderstelling dat ziekte en lichamelijk lijden een gevolg van en straf voor zonden zijn, lag diep verankerd in de lutherse theologie in Bachs tijd.
De titel van de cantate wordt - zoals gebruikelijk - gevormd door de eerste woorden van de tekst van het openingskoor. Dat is, zoals steeds in Bachs eerste Leipziger cantates, een bijbeltekst, in dit geval een citaat uit de brief van de apostel Paulus aan de eerste christenen in Rome, de ‘Romeinen': Ich elender Mensch, wer wird mich erlösen vom Leibe dieses Todes? (Romeinen 7: 24), waarbij het lichaam (Leibe) in Bachs theologische omgeving werd begrepen als de bron van alle behoeften en begeerten die ons op het verkeerde pad brengen en dus zonde en dood tot gevolg hebben.

Motet: Lobet den Herrn, alle Heiden BWV 230

Pas in 1821 dook het motet Lobet den Herrn op, in een gedrukte versie, die twijfel oproept aan Bachs auteurschap.
Lobet den Herrn wijkt ook nogal af van de andere motetten: het is slechts vierstemmig terwijl de andere motetten vijfstemmig of dubbelkorig zijn; het bestaat slechts uit één deel ; het heeft een afzonderlijke continuopartij die niet samenvalt met de vocale baspartij en het is niet opgetrokken rond een koraalmelodie maar behandelt een psalmtekst, de zeer korte Psalm 117.