Home

 De Stichting

Programma

Uitvoerenden

Vriend van onze stichting

Aanmelden als vriend

Nieuwsbrief aanvragen

Nieuwsbrief

J.S. Bach

Internationaal
Vocalisten Concours

Info over onze stichting

Privacyverklaring

Contact

 

19 januari 2019

Was mein Gott will, das g'scheh allzeit (BWV 111)
Cantate 111 behoort tot de reeks zogeheten ‘koraalcantates' die Bach gedurende zijn tweede seizoen in Leipzig (1724/'25) componeerde. Ze werd geschreven voor de derde zondag na Epifanie, 21 januari 1725. In de evangelielezing voor deze dag (Matteüs 8: 1-13) vragen een leproze en een officier Jezus om genezing, daarbij blijk gevend van een diep vertrouwen dat Jezus hen kan helpen als God het wil. Daarbij past het koraal Was mein Gott will, das g'scheh allzeit, dat Bach verwerkte tot deze koraalcantate. Het koraal werd in 1547, na de dood van zijn vrouw, gepubliceerd door Hertog Albrecht van Pruissen (1490- 1568), de eerste Duitse prins die tot het protestantisme overging en zijn hertogdom tot een seculiere staat omvormde. Als melodie koos hij een Frans chanson (Claudin de Sermisy, 1528), een melodie die later ook voor andere koralen werd gebruikt, zodat het kon gebeuren dat Bach een week later, toen hij een cantate (BWV 92) componeerde over een koraal van Paul Gerhardt, dezelfde melodie moest verwerken.

Solisten zijn:
Kelly Poukens (sopraan), Florieke Beelen (mezzosopraan), Adrian Fernandes (tenor) en Alexander de Jong (bas-bariton).
De inleiding wordt verzorgt door Ds. Ruus Stiemer, predikant protestanse gemneente te 's-Hertogenbosch.
Jamie de Goei speelt op het Bätz-orgel "Wo soll ich fliehen hin, BWV 646" en "Praeludioum en Fuge in e-moll, BWV 548.".
Tevens wordt uitgevoerd uit The Messiah van G.F. Handel, "For unto us a child is born" en "Pifa".
Algehele leiding; Jeroen Felix.